Neo-tantra en klassieke tantra zijn op bepaalde punten behoorlijk verschillend en met name vanuit de klassieke hoek zijn er leraren die van mening zijn dat je beide stromingen niet kunt combineren.

Zelf geloof ik echter dat dit wel kan en dat het zelfs heel waardevol is om te doen.

In mijn eigen werk vormt de spirituele visie van klassieke tantra de basis, maar maak ik qua technieken en werkvormen gebruik van elementen uit zowel klassieke als neo-tantra. Waar het accent ligt, hangt af van de doelgroep van een event.

De deel 1 van deze blog heb je al kunnen lezen over de verschillen tussen neo-tantra en klassieke tantra.

In deel 2 beschrijf ik voor vijf bekende tantrische werkvormen hoe deze vanuit zowel een neo-tantrische als klassiek tantrische invalshoek vorm bezien en gedaan kunnen worden.

1. Dansen
In neo-tantra workshops wordt bijna altijd aan vrij dansen gedaan.

In deze vorm van dansen, helemaal vrij of met hier en daar een ‘opdrachtje’, zet je het lichaam in beweging zodat je levensenergie meer kan gaan stromen. Voor sommige mensen is het een manier om (uiteindelijk) voorbij schaamte rond het eigen lichaam te gaan. En veel mensen ontdekken hoe ze steeds meer kunnen genieten van het vrij bewegen op muziek, op zichzelf maar ook in verbinding met anders.

Als vrij dansen een onderdeel is van een workshop klassieke tantra, dan zal de aandacht meer gaan naar het onderzoek hoe de ‘jij’ als ‘danser’ kan oplossen, zodat er uiteindelijk alleen nog maar de ervaring van ‘het dansen’ is. Het ‘doen’ mag dus helemaal losgelaten worden, het dansen ontvouwt zich en de shakti, de levensenergie, beweegt je lichaam als vanzelf. Het doen van allerlei ‘opdrachtjes’ past hier wellicht minder bij – aan de andere kant: klassieke tantra sluit niets uit in het leven :).

De paradox hierbij is verder dat klassieke tantra niet alleen maar over transcendentie gaat. Je overstijgt de identificatie met de ‘ik’ als danser, maar er blijft tegelijkertijd een diepe aanwezigheid in het lichaam.

2. Zintuigenprikkeling
Iedereen die aan neo-tantra doet, komt op een dag wel in een ‘zintuigenprikkeling’ terecht. Je krijgt een blinddoek om, waarna je verwend wordt met lekkere hapjes, strelingen, geuren en geluiden. Je wordt uitgenodigd om te ontdekken welke verschillende sensaties je allemaal kunt ervaren met je zintuigen en om bewust te genieten in het hier en nu.

Ook binnen klassieke tantra kan dit het doel zijn, maar zal de uitnodiging waarschijnlijk een laagje dieper gaan. Kun je gaan ervaren dat jij en dat wat de sensatie geeft (bijvoorbeeld: een stukje fruit in je mond) in wezen hetzelfde zijn?

We hebben immers de neiging om de wereld op te delen in een ‘ik’ en een ‘ander’, in een ‘subject’ en in een ‘object’. Echter, uiteindelijk is alles hetzelfde bewustzijn en als je je op een diepere laag afstemt is het allemaal een. De ‘proever’ verdwijnt en er is alleen de ervaring van het proeven. Iets dus dat voorbij gaat aan gedachten, woorden en concepten.

Wel geldt ook hier de paradox dat alleen de identificatie met degene die proeft, oplost, terwijl de zintuiglijke ervaringen van het lichaam nog steeds vol in het hier en nu aanwezig zijn.

Vanuit klassieke tantra hoeft een zintuigenprikkeling niet alleen maar ‘fijn’ te zijn. Immers, uiteindelijk zou je hetzelfde resultaat (het oplossen van identificatie met de proever) moeten krijgen als je hele vieze hapjes krijgt of als de geluiden geen mooie klankschalen maar juist snerpende geluiden zijn. Vanuit de visie van non-dualiteit is het onderscheid vies/lekker of mooi/lelijk vooral een concept van de mind. Uiteindelijk is alles simpelweg ‘sensatie’.

Ik vermoed overigens dat in een neo-tantrische context een zintuigenprikkeling met vieze hapjes en geuren en nare geluiden niet echt begrepen of gewaardeerd gaat worden :).

3. Aanrakingsoefening
In neo-tantraworkshops vinden veel aanrakingsoefeningen plaats. Elkaar in een veilige omgeving en binnen consent aanraken is gezond voor het zenuwstelsel en is voor de meeste mensen een (regelmatig onvervulde) basisbehoefte.

In oefeningen met allerlei vormen van aanraking kun je leren om je wensen en grenzen te voelen en uit te spreken. Als ontvanger kun je oefenen in het werkelijk toelaten van de aanraking en ervan te genieten. Als gever oefen je ook allerlei dingen. Bijvoorbeeld: kun je met je aandacht ook in je eigen lichaam blijven als je iemand aanraakt? Kun je je echt afstemmen op iemand anders en deze in vol bewustzijn aanraken? Of ga je bijvoorbeeld in pleasen en wil je het graag goed doen?

Als een aanrakingsoefening vanuit de context van klassieke tantra wordt aangeboden, dan word je waarschijnlijk uitgenodigd om het onderscheid tussen aanraken, aangeraakte en het aanraken te laten oplossen. Aanraking wordt dan meer als een meditatie gezien. Hierbij mag je gaan ontdekken hoe het is om de aanraking niet te ‘doen’ maar ‘het te laten gebeuren’. Het idee van een ‘ik’ en een ‘jij, van een ‘gever’ en een ‘ontvanger’ mag meer en meer oplossen.

Zeker bij aanrakingsoefeningen denk ik dat het heel goed is om eerst vanuit neo-tantrische perspectief te oefenen, zodat je goed voor jezelf kunt zorgen. Daarna kun je dan gaan spelen met het ‘oplossen’ van het ‘ik’.

4. Ademsessie
Bij een ademsessie zijn de verschillen vermoedelijk subtiel.

Binnen neo-tantra ziet een deelnemer zichzelf (onbewust) waarschijnlijk als een ‘ik’ die de ademsessie gaat ‘doen’. Hij of zij heeft daarbij vermoedelijk bepaalde ideeën over zichzelf. Bijvoorbeeld: ik ben iemand die er vaak niet zo goed in kan zakken. Of: ik heb een blokkade bij mijn keelgebied, misschien kan dat bij deze sessie wat loskomen. Gedurende of na de sessie kan dit ik-gevoel overigens behoorlijk oplossen, dat is immers een van de mogelijke effecten van een ademsessie :).

Vanuit klassieke tantra zal er bij een ademsessie vermoedelijk van het begin af aan al aandacht zijn voor het non-duale principe. Hoewel er zeker een ‘functioneel ego’ aanwezig mag blijven (als je iets nodig hebt, steek je je hand op; als het niet goed voelt, ga je rustiger ademen), mag de deelnemer het idee van een ‘ik’ die ademt loslaten. De ervaring mag worden: ‘Er is alleen het ademen’. Ik zou ook zeggen dat een deelnemer in principe geen intentie zet, maar zich overgeeft aan dat wat zich wil ontvouwen. Er wordt niets nagestreefd en er wordt niets weggeduwd. Iets wat trouwens ook in een neo-tantrische opzet van een ademsessie aangemoedigd zal worden.

Binnen de vele pranayama oefeningen binnen klassieke tantra ben ik de verbonden ademhaling overigens nog niet tegengekomen, wel het tegenovergestelde (de pauzes tussen in- en uitademing juist verlengen).

5. Gebruik van mantra’s
Binnen neo-tantra is er geen eeuwenlange traditie in het werken met mantra’s. Daarvoor is de traditie zelf nog te jong en ook te westers. Desalniettemin is (‘mooi’) mantra zingen in de vorm van kirtan intussen zeker populair. Maar over het algemeen blijft het daarbij.

Binnen klassieke tantra nemen mantra’s een veel grotere plek in. Het is binnen wat wij nu het hindoeïsme noemen natuurlijk ook een traditie van duizenden jaren oud.

Het devotionele kirtan zingen wordt binnen de zogeheten bhakti-stromingen als de belangrijkste spirituele beoefening beschouwd.

In weer andere stromingen is het gebruik van mantra’s in de vorm van ‘japa’, het monotoon reciteren van mantra’s, belangrijker. En ook worden binnen klassieke tantra korte (beeja) mantra’s gebruikt tijdens meditaties. Zo kun je bijvoorbeeld op de uitademing een energiestroom door het centrale energiekanaal omhoog visualiseren, terwijl je een mantra als OHM (of HAUM) laat klinken.

Binnen klassieke tantra en yoga bestaat er verder een hele wetenschap rond de kracht van alle letters (klanken) uit het Sanskriet alfabet. De klanken worden gezien als trillingsfrequenties van bewustzijn. Ook zijn er oefeningen om klanken in bepaalde lichaamsdelen te ‘plaatsen’ (nyasa).

Conclusie
Neo-tantra biedt veel mogelijkheden om je ‘funtioneel ego’ te versterken. Je leert er je eigen wensen en grenzen ontdekken en uitspreken, je leert er de grenzen van een ander te respecteren en je wordt aangemoedigd om (meer) te genieten. Neo-tantra maakt je vrijer en helpt je om oude conditioneringen te doorbreken. Wel richt deze vorm van tantra zich (soms wat hedonistisch) vooral op de laag van het ‘ik’ en de persoonlijkheid en is er een risico dat het je afhankelijkheden en gehechtheden versterkt.

Veel mensen die het tantrapad langer bewandelen, krijgen uiteindelijk behoefte aan meer spirituele diepgang, waarbij ze voorbij alle ik-identificaties willen gaan. Dit is wat klassieke tantra te bieden heeft. Voor een gezonde en duurzame wereld is het in mijn ogen ook echt noodzakelijk is dat we voorbij het ‘ikke ikke ikke’ gaan, naar een bewuste manier van leven waarin we tevreden kunnen zijn met precies dat wat er is, en niet steeds maar méér, beter en leuker willen.

Hoe dan ook, beide stromingen gebruiken het lichaam als tool en zijn op hun eigen manier waardevol. Afhankelijk van de beoefenaar en waar die ‘zit’ zal het een beter passen dan het andere.
En hoe mooi is het om binnen een workshop de verschillende ‘lagen’ aan te spreken zodat je een rijkdom aan mogelijkheden tot je beschikking hebt?

Tot slot
Ik ben nieuwsgierig of we voor nog meer werkvormen kunnen bedenken wat een neo-tantrische invalshoek en wat een klassiek-tantrische invalshoek zou kunnen zijn.
Laat het me weten als jij hier ideeën over hebt!

wendy@blissyourbody.nl